Veelgestelde vragen2021-02-16T15:13:02+00:00

Veelgestelde vragen over windenergie in het algemeen en De Zesling in het bijzonder

Waarom windenergie en hernieuwbare energieproductie?2021-02-16T14:45:50+00:00

Europa, België en Vlaanderen zetten in op energiebesparing en hernieuwbare energieproductie om de klimaatdoelstellingen van 2030 te kunnen halen. Voor heel Europa gaat dit over een aandeel van 32% aan groene energie. Voor België als lidstaat is dit vertaald naar 17,5% hernieuwbare energie (warmte en elektriciteit) en 35% reductie in broeikasgassen t.o.v. het referentiejaar. Deze doelstellingen zijn verder ingevuld door de gewesten.
De Vlaamse Overheid heeft na uitgebreid studiewerk besloten dat een combinatie van hernieuwbare energieproductie en energiebesparingen noodzakelijk zijn om de energiedoelstellingen te halen. De hernieuwbare energieproductie moet uit verschillende energiebronnen komen waarbij men vooropstelt dat een aanzienlijk aandeel van 39% moet komen uit windenergie, ca. 49% uit zonne-energie en de overige 12% uit andere bronnen zoals waterkracht, warmtepompen, geothermie, …
We hebben al deze vormen van energie dus nodig om de doelstellingen te kunnen behalen.
Het uitgebreid onderzoek heeft aangetoond dat er in Vlaanderen mogelijkheden zijn om tot 2030 ca. 100 MW per jaar aan windcapaciteit te installeren. Dit zal moeten gebeuren door de bouw van nieuwe windturbines en de repowering van bestaande windparken (dus het vervangen van kleinere en oudere windturbines door nieuwe en grotere exemplaren). Simpel uitgedrukt komt dit totaal neer op een 30-tal nieuwe windturbines per jaar.
Windenergie is één van de oudste vormen van energieproductie uit een onuitputbare bron. Al jaar en dag gebruikt de mens wind om zich te verplaatsen (zeilschepen) of, via windmolens, als mechanische arbeid. Deze oude vorm van energieproductie is dus al zeer ver ontwikkeld en momenteel is windenergie op land de meest efficiënte bron van elektriciteitsproductie, op de voet gevolgd door zonne-energie.

Wat zijn de voordelen van windenergie?2021-02-16T14:47:32+00:00

Windenergie heeft veel voordelen. Het is 100% schone energie en we zijn voor onze wind niet afhankelijk van andere landen. Ook het risico op schommelende brandstofprijzen is onbestaande. Daarnaast vraagt windenergie geen exploratie of raffinaderijen. Er zijn geen pijpleidingen nodig, grondstoffen worden niet uitgeput en er is geen radioactief afval. De CO2-uitstoot is quasi nihil.
Ook voor de inwoners van de betrokken gemeenten zijn er voordelen. Zo kunnen zij via Lumiwind (www.lumiwind.be) mee investeren in de windturbines en zo delen in de winst die ze opleveren.

Hoeveel windturbines staan er in Vlaanderen?2021-02-16T14:48:13+00:00

Eind 2020 waren er in Vlaanderen 573 windturbines. Het totaal geïnstalleerd vermogen aan windenergie bedroeg 1361 MW. Meer details over de cijfers vindt u op deze website. (link: https://wind.ode.be/nl/cijfers)

Kunnen windturbines overal geplaatst worden?2021-02-16T14:48:33+00:00

Absoluut niet. Eerst en vooral is het van belang dat er op de inplantingssite voldoende wind is. Dit hangt af van de lokale topografie, het reliëf, de afstand tot de zee en het al dan niet aanwezig zijn van hoge obstakels.
Daarnaast moeten de bepalingen omtrent ruimtelijke ordening gerespecteerd worden. De Vlaamse wetgeving is hierin zeer streng. Windturbines moeten gebundeld worden in bijvoorbeeld industriegebieden of in de nabijheid van lijnvormige infrastructuren zoals wegen, spoorwegen en hoogspanningslijnen.
Ook aan een aantal randvoorwaarden met betrekking tot veiligheid, aanvaardbare hinder (geluid- en slagschaduw cfr. VLAREM-regelgeving), impact op biodiversiteit (vogels, vleermuizen…), onroerend erfgoed, luchtvaart, etc … moet worden voldaan.

Waarom geen windturbines op zee?2021-02-16T14:48:54+00:00

Windturbines op zee plaatsen is natuurlijk een prima idee. Op zee waait het niet alleen meer, de wind is er ook constanter en voorspelbaarder dan op het land.
Windenergie op zee vraagt echter forse investeringen, ondermeer in het netwerk om de stroom te kunnen vervoeren van de kust naar diverse locaties op het land. De kost per geproduceerde eenheid energie voor windturbines op zee is momenteel nog altijd hoger dan deze voor windturbines op land. Toch moeten we die investeringen doen, willen we in de toekomst voldoende duurzame energie produceren. We hebben met andere woorden niet de luxe om te kunnen kiezen tussen windmolens op het land of op de zee. We hebben ze beiden nodig.

Stoot een windturbine CO2 uit?2021-02-16T14:49:16+00:00

De totale ‘energiekost’ van een windturbine, dus van productie tot afbraak, is in onze contreien binnen het jaar terugverdiend. De CO2-uitstoot van energieproductie door een windmolen (uitgaande van een analyse van bouw tot en met afbraak) bedraagt ca. 14 gram CO2-equivalent per KWh. Ter referentie: door het grote aandeel nucleaire energie in de energiemix van België bedraagt de gemiddelde CO2-uistoot van de elektriciteitsproductie ca. 259 gram CO2-equivalent per kWh (of wel 18,5 keer meer dan dat van een windturbine). Grijze stroom gebaseerd op fossiele brandstoffen heeft een gemiddelde CO2-uistoot van tussen de 400 en 556 CO2-equivalent per kWh. Dit is dus meer dan 28 keer zoveel als voor een windmolen.
Een windturbine verbruikt een zeer klein deeltje van de geproduceerde energie (minder dan 1%) voor zijn eigen besturing en hulpdiensten (computers, verlichting, kruimotoren, server,…). Dit is dus te verwaarlozen in het totaal aandeel hernieuwbare energieproductie.

Wat met de windturbine op het einde van zijn levensduur?2021-02-16T14:49:41+00:00

Windturbines zijn ontworpen om minstens 25 jaar lang energie te produceren. De levensduur kan zelfs verlengd worden tot 30 jaar. Op het einde van zijn levensduur wordt de windturbine afgebroken en wordt het terrein terug in zijn oorspronkelijke staat hersteld. Ongeveer 90% van de windturbine kan gerecycleerd worden. De wieken, gemaakt van een licht gelamineerd composietmateriaal, zijn het moeilijkst te recycleren en belanden soms in de afvalverbrandingsoven met energierecuperatie. Er zijn bedrijven op de markt die deze wieken hergebruiken of recyclagetechnieken gebruiken om het materiaal een nieuwe composiet toepassing te geven.

Zijn windturbines gesubsidieerd?2021-02-16T14:50:07+00:00

Een forse uitbouw van hernieuwbare energie en dus windmolenparken is noodzakelijk om de vooropgestelde klimaatdoelstellingen te kunnen halen. Om de ontwikkeling van windmolens (en andere vormen van hernieuwbare energie) te stimuleren werd door de Vlaamse Overheid een ondersteuningsmechanisme in het leven geroepen dat productiesteun geeft. Dit is een financiële ondersteuning per hoeveelheid geproduceerde energie (MWh). Deze productiesteun is gebaseerd op actuele kosten en opbrengsten van een technologie en wordt periodiek aangepast. De steun wordt zodanig aangepast dat een minimaal financieel rendement bereikt kan worden door de exploitant om hiermee de concurrentie met conventionele energiebronnen te kunnen aangaan. Momenteel is de productiesteun voor windmolens al sterk afgenomen en beperkt omdat de technologie zo efficiënt is, dat de concurrentie met conventionele energiebronnen stilaan kan worden aangegaan. Er wordt verwacht dat in de nabije toekomst zelfs geen steun meer zal nodig zijn.

Waarom is een toename in windturbine afmetingen zo belangrijk?2021-02-16T14:50:27+00:00

De gemiddelde windsnelheid neemt toe met de hoogte boven het aardoppervlak. Hoe hoger de windturbine, hoe hoger de gemiddelde windsnelheid en dus hoe meer energie er aanwezig is in de wind. De windsnelheid heeft een positief effect (tot de 3e macht) op de beschikbare energie. Een kleine toename in gemiddelde windsnelheid heeft een groot positief effect op de energieproductie. Een hoge windturbine kan dus meer energie produceren dan een lage windturbine.
Hoe groter de rotordiameter, hoe meer energie de windturbine uit de wind kan ‘vangen’. De wieklengte heeft een positief effect (tot de 2e macht) op de energie beschikbaar uit wind. Een windturbine met een grotere rotordiameter kan dus meer energie produceren dan een windturbine met een kleinere rotordiameter.

Heeft een grotere windturbine dan ook meer effecten op de omgeving?2021-02-16T14:50:59+00:00

Een grotere windturbine produceert niet per definitie meer geluid dan een kleinere windturbine. De belangrijkste bron van geluid is het ‘aerodynamisch’ geluid van de wieken die door de lucht bewegen. Windturbinefabrikanten besteden veel aandacht aan het beperken van geluid. Zij passen bijvoorbeeld een verbeterd aerodynamisch ontwerp van de wieken toe, voegen ‘serrations’ toe en zorgen voor een betere akoestische isolatie van de nacelle. Bovendien draaien windturbines met langere wieken ook trager dan hun soortgenoten met kortere wieken. Daardoor zijn nieuwere, grotere, windturbines vaak nog stiller dan oudere, kleinere, windturbinetypes.
De geluidsnormen voor windturbines moeten altijd gerespecteerd worden. De afmetingen van de windturbine veranderen daar dus niks aan.
Wat betreft slagschaduw zal een toename in tiphoogte ervoor zorgen dat de schaduw verder kan reiken. Aangezien ook hier de slagschaduwnormen gerespecteerd moeten worden, zal een toename in rotordiameter of tiphoogte geen toename betekenen van de hoeveelheid slagschaduw.

Wat is slagschaduw?2021-02-16T14:51:24+00:00

Slagschaduw is de schaduw die ontstaat als de zon schijnt door de draaiende wieken van een windturbine. Het is een neveneffect dat zeer strikt gereglementeerd is: op een woning in Vlaanderen mag per jaar niet meer dan 8 uur slagschaduw vallen. Daarom worden windturbines uitgerust met een slagschaduwdetector met stilstandregeling. De detector meet het aantal uren schaduw en schakelt de windturbine automatisch uit wanneer de wettelijke grens van 8 uur slagschaduw per jaar of 30 minuten per dag per woning dreigt overschreden te worden.
Een slagschaduwstudie toont waar en wanneer slagschaduw kan vallen op woningen, wanneer er geen stilstanden zouden zijn. Door de automatische stilstanden wordt de slagschaduw in de realiteit beperkt.

Hoe werken het slagschaduwdetectiesysteem en het stilzetten van de turbine precies?2021-02-16T14:51:51+00:00

De windturbine is uitgerust met lichtsensoren. In de software die de turbine aanstuurt worden een aantal zaken voorgeprogrammeerd en berekend. Zo kent de software bijvoorbeeld voor elk moment van de dag de stand van de zon. Ook de stand van de rotor, of de rotor draait, en de ligging van elke woning (positie en grootte van de ramen) zijn gekend. Op basis van de lichtsensor weet de windmolen of het buiten bewolkt is of niet.
Breng je al deze kennis samen dan weet de software of er slagschaduw zal vallen op een welbepaalde woning. Dit wordt geregistreerd in een logboek dat we bijhouden voor de milieu- inspectie. Van zodra de wettelijke norm bereikt is van 30 minuten per dag en/of 8 uur slagschaduw per jaar per woning, valt de windturbine stil. De turbine start opnieuw op zodra de zon ver genoeg aan de hemel staat om geen schaduw meer op de woning te werpen.

Wat met lichtreflectie?2021-02-16T14:52:14+00:00

De windturbine wordt voorzien van een antireflecterende coating of een lichtabsorberend materiaal. Hinder als gevolg van lichtreflectie treedt dus niet op.

Maken windturbines geluid? En hoeveel?2021-02-16T14:52:38+00:00

Ja. Een windturbine kan twee types geluid produceren.
Ten eerste kunnen de bewegende delen in de gondel, zoals de generator en de tandwielkast, een mechanisch geluid produceren. Of en hoeveel geluid die onderdelen maken, hangt af van het type windturbine.
Daarnaast is er ook het geluid van het draaien van de wieken. De hoeveelheid (aerodynamisch) geluid is afhankelijk van de windsnelheid, de draaisnelheid en de vormgeving van de rotorbladen. Dit ‘aerodynamisch’ geluid is de belangrijkste bron van geluid.
De hoeveelheid geluid een windturbine maakt, wordt bepaald door meerdere factoren. Als het zacht waait, staat de windmolen nagenoeg stil en maakt hij geen geluid. Als het hard waait wordt de turbine mogelijks hoorbaar, maar dan neemt ook het achtergrondgeluid sterk toe (ruisen van de wind in de bomen of langs gebouwen) en wordt de windmolen daardoor vaak overstemd.
De afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in de ontwikkeling van geluidsarme windmolens. Zo werd er gewerkt aan betere geluidsisolatie, verlaging van het toerental en een geavanceerd ontwerp van de rotorbladen waaronder ook de toevoeging van ‘serrations’ op het uiteinde van de wieken. De nieuwe generatie windmolens maakt dan vaak ook merkelijk minder geluid dan de oudere modellen.

Hoe wordt geluidshinder voorkomen?2021-02-16T14:53:31+00:00

Om geluidsoverlast voor omwonenden te voorkomen is regelgeving opgesteld. Er gelden dus wettelijke grenswaarden voor de hoeveelheid geluid die een windturbine of windturbinepark bij een woning of in een woongebied mag produceren. Deze grenswaarden worden bepaald in het VLAREM. De grenswaarden in Vlaanderen behoren tot de strengste wereldwijd en voldoen aan de richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).
Ze verschillen tussen de dagperiode (7u00 tot 19u00) enerzijds en de avond- en nachtperiode (19u00 tot 7u00) anderzijds. Daarnaast hangen ze ook af van de bestemming van de omgeving. Huizen in woongebied hebben de strengste grens van 43 dB(A) overdag en 39 dB(A) gedurende de avond- en nachtperiode. Woningen in een industriegebied, de minst strenge grens van 55 dB(A) overdag en 60 dB(A) gedurende de avond- en nachtperiode.
Bij de ontwikkeling van een windturbineproject is het wettelijk verplicht om met een akoestisch onderzoek aan te tonen dat de geluidsnormen nabij woningen en woongebieden zullen nageleefd worden. De toetsing aan de geluidsnormen gebeurt bij de worst-case omstandigheden, die zich in de praktijk zelden of soms zelfs nooit voordoen. Zo wordt ervan uitgegaan dat het brongeluid maximaal is, dus bij hoge windsnelheden, en dat de wind altijd gericht is vanuit de windturbines naar de woning(en).
Om te garanderen dat we voor elke bestemming en in elke periode aan de norm voldoen, zullen de windturbines tijdens de avond- en nachtperiode begrensd worden in het maximaal toerental en dus geluidsniveau.

Hoe zit het met infrasoon en laagfrequent geluid?2021-02-16T14:53:56+00:00

Infrageluid of infrasoon geluid is geluid dat bestaat uit infrasone trillingen. Dat zijn geluidsgolven met een frequentie onder 20 Hz, zo laag dat het menselijk gehoororgaan dit niet meer als geluid kan waarnemen. Infrasoon is dus eerder een trilling dan een geluid. Laagfrequent geluid daarentegen kan door sommige mensen wel waargenomen worden. Dit bevindt zich in het frequentiegebied tussen 20 Hz en 160 Hz. De Vlaamse wetgeving start vanaf de octaafband 63 Hz of tertsband van 50 Hz. De echte onderfrequentie van die banden start vanaf 44,5 Hz. Lagere frequenties worden niet mee beoordeeld, maar het relevante deel van het laagfrequent geluid (vanaf 44,5 Hz tot 160 Hz) wordt dus wel mee beoordeeld.
Voorbeelden van bronnen van infrasoon of laagfrequent geluid zijn: oceaangolven, onweer, olifanten, orkanen, sub- en supersoon vliegverkeer en er wordt infrageluid gedetecteerd van bronnen waarvan de oorsprong vooralsnog onbekend is. Ook ventilatoren, airconditioning, compressoren, luidsprekers en huishoudelijke apparaten zoals wasmachines en droogkasten zijn bekende bronnen van infra- en laagfrequent geluid. Onze eigen hartslag en ademhaling veroorzaken zelfs infrasoon geluid.
De Nederlandse overheid heeft in hun beoordeling van geluid bij windturbines laagfrequent geluid onderzocht en is van oordeel dat enerzijds het laagfrequent geluid veroorzaakt door verkeer in de woningen sterker aanwezig is en anderzijds is de invloed op de gezondheid niet aangetoond (referentie: Kennisbericht Geluid van windturbines – Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu NL – 2015). Het feit dat het geluid van verkeer vele malen storender is dan windturbines was trouwens ook de conclusie uit het recente rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO.
Een studie gepubliceerd in Frontiers in Public Health bespreekt verschillende wetenschappelijke studies betreffende windturbines en de gezondheid. De conclusie die volgt uit hun onderzoek is dat infra of laagfrequent geluid van windturbines niet direct leidt tot gezondheidsproblemen. Zij concluderen dat de symptomen die tegenhangers van windprojecten bovenhalen veroorzaakt worden door de irritatie door de aanwezigheid van de windturbines.
Dit wordt eveneens bevestigd door een studie gepubliceerd in Health Psychology. Deze studie toonde aan dat gezonde vrijwilligers, wanneer zij informatie kregen over het verwachte fysiologische effect van infrageluid, symptomen meldden die overeenstemmen met die informatie. Die symptomen werden gemeld zowel tijdens de blootstelling aan infrageluid als wanneer er geen infrageluid was. De resultaten suggereren dat het verband tussen blootstelling aan windturbines en gezondheidsklachten verklaard kan worden door psychologische verwachtingen. Net zoals het placebo-effect klachten kan laten verdwijnen, kan het nocebo-effect klachten doen verschijnen. Het verstrengen van geluidsnormen zal deze klachten dus niet oplossen doordat ze niet veroorzaakt worden door de geluidsbron zelf, maar door de manier waarop informatie verspreid wordt en omwonenden verontrust worden.
Bovenstaande studies werden uitvoerig gecontroleerd om na te gaan of deze al dan niet nagelezen werden door onafhankelijke wetenschappers en gepubliceerd werden in wetenschappelijke tijdschriften.

Zal het geluid van De Zesling opgaan in het achtergrondgeluid?2021-02-16T14:55:35+00:00

De Zesling is gelegen in landbouwgebied tussen de spoorlijn Brussel-Oostende en de autosnelweg E40. Vandaag veroorzaken de spoorlijn en snelweg een omgevingsgeluid in dit gebied.
Het omgevingsgeluid veroorzaakt door de autosnelweg is onderzocht door de Vlaamse Overheid (MIRA geluidsbelastingskaarten). Concreet toont dit onderzoek:

  • Geluidsbelasting voor de dagperiode (in Lday): komt overeen met het gemiddeld geluidsniveau dat representatief is voor overdag (LAeq (7-19 uur)), zoals vastgesteld over een jaar. Deze geluidsindicator is geassocieerd met de hinder gedurende de dagperiode;
  • Geluidsbelasting voor de nachtperiode (in Lnight): komt overeen met het jaarlijks gemiddeld geluidsniveau dat representatief is voor de nachten (LAeq (23-7 uur)). Deze geluidsindicator is geassocieerd met een verstoring van de slaap.

De kaarten (link) geven aan dat de huidige projectzone gekenmerkt wordt door een omgevingsgeluid tussen 65 en 45 dB(A) overdag en tussen 60 en 40 dB(A) ’s nachts.
Het specifiek geluid van de windturbines in de omgeving zal nooit de Vlarem richtwaarden overschrijden: 43/39dB(A) (dag/nacht) in woongebied, en 48/43 dB(A) (dag/nacht) in landbouwgebied. Deze normen liggen beduidend lager dan het door MIRA gerapporteerde omgevingsgeluid van de snelweg. Daardoor zullen de windturbines op vele momenten nauwelijks hoorbaar zijn, omdat ze opgaan in het achtergrondgeluid.
Het is immers niet zo dat geluidsniveaus op te tellen zijn met een klassieke som. Wanneer bv. de turbines een geluidsniveau veroorzaken van 43dB(A) op een locatie waar de autosnelweg vandaag 50 dB(A) veroorzaakt, wordt het totale geluidsniveau 50,8 dB(A)3.

Kunnen er effecten zijn voor biodiversiteit?2021-02-16T14:55:59+00:00

Elke ingreep door de mens heeft een bepaalde impact op biodiversiteit. De mogelijke negatieve effecten worden uitgebreid geëvalueerd in een natuurstudie. Vaak wordt vergeten dat hernieuwbare energieprojecten ook een positieve impact hebben op de biodiversiteit. Zo vermijden windturbines kwalijke emissies in de atmosfeer en gaan ze klimaatverandering tegen.

Kunnen er effecten zijn voor vogels?2021-02-16T14:56:22+00:00

Het gemiddeld aantal aanvaringsslachtoffers in onderzochte Europese windparken op het land varieert sterk van enkele tot maximaal 60 vogels per windturbine per jaar. In Vlaanderen werd voor acht windparken samen een gemiddelde berekend van 21 aanvaringsslachtoffers per windturbine per jaar (variatie van gemiddeld 1 tot 42 per windpark). De resultaten in Nederland zijn gelijkaardig als deze in Vlaanderen (Everaert, 2008; Everaert, 2014). Dat is natuurlijk een spijtige zaak. Toch is dit aantal verwaarloosbaar als je gaat kijken naar het aantal vogelslachtoffers dat valt door bijvoorbeeld het verkeer, hoogspanningsleidingen of huiskatten.
In gebieden met grote vogelconcentraties en in gebieden waar zich veel vliegbewegingen op lage hoogte voordoen, kunnen er uiteraard wel grotere effecten zijn voor de vogels.
Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) stelde daarom een vogelatlas samen, die als leidraad kan dienen voor de inplanting van windturbines in een bepaald gebied.
Uit de natuurstudie voor De Zesling blijkt dat het projectgebied tussen de snelweg en spoorweg niet gekenmerkt wordt door trekconcentraties of slaapplaatsen van vogels. Het gebied vormt evenmin een focusgebied voor weidevogels. Er worden dan ook geen populatie-effecten op vogels verwachten.

Kunnen er effecten zijn voor vleermuizen?2021-02-16T14:56:45+00:00

Windturbines kunnen een effect hebben op vleermuizen.
De kaarten van de ‘Vlaamse risicoatlas vleermuizen-windturbines’ geven aan waar en waarom bepaalde gebieden een potentieel risico vormen voor vleermuizen. Geen enkele risicoklasse is automatisch uitgesloten als het gaat over de bouw van windturbines. De atlassen geven wel een eerste signaal en zijn dus het startpunt van de detailanalyse voor geplande windturbines. In deze detailanalyse kan een deskundige onderzoeken of de effecten al dan niet betekenisvol kunnen zijn voor de aanwezige natuurwaarden.
Uit de onafhankelijke natuurstudie voor De Zesling blijkt dat er in het landbouwgebied tussen de snelweg en spoorweg relevante vleermuizenactiviteit is. Voornamelijk nabij de kleine landschapselementen aan de oevers van de Merlebeek kunnen vleermuizen waargenomen worden. De windturbines van De Zesling zullen daarom stilgelegd worden op die momenten dat vleermuizen het meest actief zijn, op specifieke momenten tijdens het jaar, bij welbepaalde meteo-omstandigheden.

Hoe zal De Zesling vleermuizen beschermen?2021-02-16T14:58:06+00:00

Windturbines kunnen een effect hebben op vleermuizen als ze gelegen zijn in gevoelige zones. Deze effecten kunnen voorkomen worden door de windturbines stil te zetten op die momenten dat vleermuizen het meest actief zijn: op specifieke momenten tijdens het jaar, bij welbepaalde meteo-omstandigheden.
Hogere concentraties aan vleermuizen worden waargenomen in de oostelijke zone van het project omdat het biotoop hier geschikter is (meer kleine landschapselementen). In de oostelijke zone wordt daarom een strenger stilstandregime voorgesteld.
De turbines WT1, WT2 en WT3 in de westelijke zone worden stilgelegd als aan volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • Buitentemperatuur minimum 6°C op rotorhoogte;
  • Windsnelheid lager dan 6m/s gemeten op rotorhoogte;
  • Er geen zware neerslag is (<5mm/u)
  • Deze cumulatieve maatregelen gelden voor een periode tussen 15 juli en 15 oktober van 20 minuten tot 4 uur na zonsondergang en 3uur tot 20 min voor zonsopgang.

De turbines WT4, WT5 en WT6 in de oostelijke zone krijgen een strengere stillegmodus en worden stilgelegd als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • Buitentemperatuur minimum 6°C op rotorhoogte;
  • Windsnelheid lager dan 6m/s gemeten op rotorhoogte;
  • Er geen zware neerslag is (<5mm/u)
  • Deze cumulatieve maatregelen gelden voor een periode tussen 1 april en 31 oktober van 20 minuten voor zonsondergang tot zonsopgang.
Zal De Zesling de natte natuur aan de Merlebeek aantasten?2021-02-16T14:58:32+00:00

Beperkte ruimte-inname door de fundering, wegen en werkvlakken zijn waterdoorlatend en veranderen de waterhuishouding niet. Deze infrastructuur zal zo aangelegd worden dat de natuurdoelen in het gebied ondersteund worden.

Wat is het standpunt van Natuurpunt over De Zesling?2021-02-16T15:01:28+00:00

Onderstaande verklaring is te lezen op de website van Natuurpunt Brugs Ommeland

Natuurpunt participeert in windenergieproject ‘De Zesling’ in Oostkamp-Beernem

Momenteel loopt een openbaar onderzoek voor het windenergieproject “De Zesling” in Oostkamp-Beernem, een project getrokken door Luminus in samenwerking met W-kracht en Windkracht Vlaanderen. Voor twee van de zes turbines heeft Natuurpunt een opstalrecht verleend, namelijk op twee percelen die deel uitmaken van een 8 ha groot terrein nabij de Merlebeek dat door Natuurpunt wordt beheerd. Meer algemene info over het project is te vinden op www.dezesling.be. We begrijpen dat de participatie van Natuurpunt vragen kan oproepen bij het publiek en de leden van Natuurpunt en dus een woordje uitleg verdient.
 
Strijd tegen klimaatverandering
Natuurpunt neemt met dit project haar verantwoordelijkheid om Vlaanderen te helpen haar klimaatdoelen te bereiken. De uitdagingen zijn enorm en Vlaanderen zit niet op schema. We zien de negatieve effecten van klimaatverandering elke dag rondom ons, ook in de natuurgebieden van Natuurpunt. De vitaliteit van verschillende boomsoorten neemt af en kwetsbare soorten planten en dieren verdwijnen in toenemende mate tengevolge van extreme periodes van droogte en overstromingen of eutrofiëring. In de strijd tegen klimaatverandering is een snelle transitie naar uitsluitend hernieuwbare energiebronnen essentieel, evenals meer natuur zoals bossen, moerassen en graslanden die koolstof duurzaam kunnen opslaan. Meer robuuste natuur helpt ons ook om de impact van klimaatverandering te bufferen.
Als grootste natuurorganisatie van Vlaanderen wil Natuurpunt niet aan de zijlijn staan roepen, maar samen met de overheid en bedrijven concrete actie ondernemen om klimaatverandering te bestrijden. Zo zal De Zesling evenveel groene stroom maken als het elektriciteitsverbruik van alle inwoners van de gemeenten Oostkamp en Beernem. De opstalrechten leveren een vergoeding op die Natuurpunt integraal zal investeren in aankopen, inrichten en openstellen van meer natuur in de regio. Zo is de samenwerking een win-win voor zowel klimaat als biodiversiteit en worden de middelen die Natuurpunt ontvangt integraal terug ingezet voor het algemeen belang.

Waarom hier?
Alle windturbines zijn gelegen in agrarisch gebied tussen 4 spoorlijnen en de E40-autosnelweg, buiten het Europees beschermde natuurnetwerk (zgn. Speciale Beschermingszones) en niet in beschermd landschap of ‘ankerplaats’.  Ruimtelijk is het daarmee in principe een locatie die beantwoordt aan de Vlaamse regelgeving voor windturbines.
In 2011 heeft Natuurpunt de eerste gronden langs de Merlebeek verworven met het oog op natuurontwikkeling. Nadien werden wij gecontacteerd om hier een gezamenlijk klimaatproject te realiseren. Omdat Natuurpunt voor het ter beschikking stellen van de grond voor windenergie een vergoeding ontvangt, vinden wij het gepast om de overheidssubsidie van 20% voor de aankoop van het betreffend perceel terug te storten. Op die manier komen deze Vlaamse middelen opnieuw ter beschikking om zo samen meer natuur te realiseren. Had Natuurpunt het voorstel afgewezen, dan zouden de windturbines wellicht op aanpalende percelen in privé-eigendom gekomen zijn, zonder alle toegevoegde waarde.

Natuurdoelen voor het terrein aan de Merlebeek
Momenteel bestaat de 8 ha aan de Merlebeek nog uit bemest en soortenarm cultuurgrasland, naast twee kleine bosjes en een aantal kleine landschapselementen. Eind 2020 kreeg Natuurpunt een subsidieaanvraag goedgekeurd om inrichtingswerken uit te voeren voor herstel van de bloemrijke natte hooilanden die hier ooit voorkwamen. Dat zal gebeuren door omvangrijke graaf- en plagwerken, verbeteren van de waterkwaliteit, instellen van een aangepaste hydrologie en aangepast maaibeheer. Bij de uitvoering van de graaf- en plagwerken zal transport de voornaamste kost zijn, omdat we ook een samenwerking en goed nabuurschap met de omliggende landbouwers nastreven. Hierdoor kan ook de agrarische structuur verbeterd worden (cf. planologische bestemming). De percelen van Natuurpunt zullen globaal dus nog verder vernatten en een klimaatbufferfunctie vervullen (koolstofopslag, waterberging, infiltratie). Het aantal kleine landschapselementen zal toenemen. Op die manier draagt Natuurpunt haar steentje bij om ervoor te zorgen dat Vlaanderen de door Europa opgelegde natuurdoelen kan halen.

Vernielt Natuurpunt natuur in haar eigen gebied?
Uiteraard niet. Als de windturbines zouden gebouwd worden, dan zal na de hoger vernoemde inrichtingswerken enkel het grondvlak van de mast geen topnatuur kunnen worden. De betonsokkel van de mast en werkvlakken worden met voedselarm zand afgedekt, tijdelijke werkvlakken en wegenis worden volledig terug verwijderd, de toegangsweg wordt een wandelpad in zand zodat het natte gebied toegankelijk wordt voor het publiek. Bij tijdelijke bemaling voor de verankering van de turbines zal het water direct opnieuw geïnfiltreerd worden via de grachtjes in het gebied, zodat er geen verdroging optreedt.
Voor Natuurpunt is het verder zeer belangrijk dat de nodige garanties verstrekt zijn om de impact op vogels en vleermuizen minimaal te houden. Dit zal o.a. gebeuren door tijdelijke stillegging in periodes van verhoogd risico. Aan de basis ligt een grondige natuureffectenbeoordeling waarbij de beste Vlaamse experten zich over het dossier gebogen hebben om de nodige maatregelen uit te werken.

Besluitvorming binnen Natuurpunt
Net zoals in onze samenleving het geval is, zijn er ook binnen Natuurpunt diverse meningen over windturbines. Ook bij Natuurpunters is er weerstand, zeker als er belangrijke impact dreigt op natuur of waardevol landschap. En soms speelt ook de NIMBY-reflex (‘not in my backyard’). Gelukkig groeit binnen Natuurpunt ook meer en meer het besef dat dit niet tot BANANAS mag leiden (‘Build Absolutely Nothing Anywhere Near Anyone’), want als we de almaar voorthollende klimaat- en biodiversiteitscrisis niet snel opgelost krijgen, zal dat nefaste gevolgen hebben voor de komende generaties en voor onze natuur. Daarbij moet ook aangestipt worden dat nieuwe technologische ontwikkelingen in de windenergiesector het mogelijk maken om de natuur- en milieu-impact steeds beter te reduceren. Niettemin zal Natuurpunt er altijd op blijven toezien dat de natuurwetgeving strikt gerespecteerd wordt bij de uitrol van nieuwe windenergieprojecten.
De beslissing om dit samenwerkingsproject met de windenergiesector een kans te geven is binnen Natuurpunt niet lichtzinnig gebeurd. Het wordt gedragen door alle bestuursniveaus die democratisch zijn verkozen door de Natuurpuntleden. Nationaal door Natuurpunt vzw en Natuurpunt Beheer vzw; lokaal door Natuurpunt Oostkamp en de regionale koepel Natuurpunt Brugs Ommeland die de afdelingen uit de regio vertegenwoordigt. Om over de impact op natuur garanties te krijgen werd advies ingewonnen bij de experten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek en het Agentschap voor Natuur en Bos. Een andere voorwaarde die Natuurpunt gevraagd en gekregen heeft bij de uitbaters van de windturbines, is dat burgers ten volle mee moeten kunnen participeren in de winsten van de energieproductie.

Impact op landschap en milieu
Vlaanderen is een dichtbevolkte regio met sterk versnipperde bebouwing. Overal zorgt de komst van windturbines voor verhitte debatten. Windturbines zijn nu eenmaal dominante verschijningen in het landschap. Natuurpunt heeft begrip voor de bekommernissen van burgers die het maar lelijke ondingen vinden of die vrezen voor hinder door geluid of slagschaduw of andere gevolgen. De overheid en de windenergiesector moeten garanties kunnen bieden om eventuele hinder te vermijden en moeten meer inspanningen doen om draagvlak te creëren bij omwonenden. Waarom bijvoorbeeld de bewoners die het dichtstbij wonen niet laten genieten van een fiscaal voordeel of gratis groene stroom gedurende een langere periode? Natuurpunt vindt het alvast ook een goed initiatief dat Luminus wil inzetten op de (her)aanleg van dreven en bomenrijen in de omgeving van de Zesling en ook de omwonenden wil helpen om hun tuinen te vergroenen met houtkanten en bomen die op termijn de visuele impact van windturbines kunnen milderen.  En tuinen met meer natuur zijn uiteindelijk ook positief om de klimaat- en biodiversiteitcrisis daadwerkelijk te bestrijden.

Tot slot
De overheid zal naar aanleiding van de vergunningsaanvraag alle afwegingen maken om tot een beslissing te komen. Wij geloven er alvast in dat dit gezamenlijk project tegen klimaatverandering en voor bijkomende natuur een trendbreuk kan vormen voor een ambitieus en klimaatbewust Vlaanderen.

Het bestuur van Natuurpunt Brugs Ommeland & Middenkust

Go to Top